Symposium Workum, 21 mei 2022
2022-07-10T21:32:43+02:00

De eerste keer een bijeenkomst voor de hele classis en bijna 150 mensen aanwezig! Het symposium te Workum op 21 mei 2022 blijkt kerkenraads- en kerkleden uit heel Fryslân te hebben getrokken. Al bij de ontvangst met koffie en oranjekoeke is de sfeer geanimeerd; oude bekenden ontmoeten elkaar, nieuwelingen worden aan elkaar voorgesteld.

Voor een fotoverslag, kunt u 2022-05-21 Symposium Workum - in woord en beeld downloaden.

Exact om 10.00 uur heet dagvoorzitter Tine de Vries, lid van het Breed Moderamen en de eerst verantwoordelijke voor de organisatie, ieder welkom. Ze geeft meteen een advies: ‘Er is vandaag een fotograaf aanwezig; als u niet gefotografeerd wilt worden, ( …stilte…), wilt u dan niet voor zijn lens gaan zitten?’ De toon is gezet: ongedwongen samenzijn, samen verantwoordelijk voor het slagen van de dag.
,,Ik hoop dat u deze dag gevoed en geïnspireerd mag worden”, zegt voorzitter ds. Ellen Peersmann, voorzitter van de classis Fryslân bij de opening. Aan de hand van Handelingen 16: 1-10 wijst ze erop dat de tijd waarin we als kerk nu leven, te vergelijken is met die van de eerste christengemeenten. Ook die moesten zich teweer stellen tegen een heersende cultuur waarin christenen een minderheid waren. “Maar de Heilige Geest die Paulus en Barnabas de weg wees, zal ook ons de weg wijzen.” Waarna zij de aanwezigen vraagt Lied 680 te zingen. Zonder begeleiding door orgel of enig ander instrument klinkt dan a capella Kom , Heil’ge Geest , Gij vogel Gods, daal neder waar Gij wordt verwacht. Zie en luister naar de opname die FD-journalist Lodewijk Born in Workum maakte.

Ds. Wim Beekman, de eerste spreker van deze dag, presenteert via het scherm zijn ‘10 woorden’ en licht ze een voor een toe. Een kerk die toekomst heeft:

  1. weet dat de kerk niet God bewaart, maar dat God de kerk bewaart;
  2. is blij dat zij bestaat;
  3. gelooft onbekommerd in God, vindt daar woorden voor, en bemoedigt daarmee anderen;
  4. gaat onbevangen om met de krimp van kerken in deze tijd;
  5. wil niet in haar eentje kerk zijn, behoudt de eigenheid waar het kan, werkt met andere kerken samen, of voegt zich met andere kerken samen, waar dat moet;
  6. kan de classis vragen haar een kernkerkenraad en een lichtere beheersvorm toe te staan;
  7. durft haar kerkenraad zo klein mogelijk te laten zijn, en wil vooral op hoofdlijnen geestelijk leiding geven;
  8. bestuurt niet van bovenaf alle kerkenwerk, maar faciliteert van onderaf vrijwilligers om zelfstandig de uitvoerende werkzaamheden te doen;
  9. beperkt zich in vergaderingen, beleids- en vergaderstukken tot enkel het noodzakelijke;
  10. bidt geregeld het avondgebed van Paus Johannes de 23e: ‘Lieve Heer, dit is uw kerk, deze jongen gaat nu slapen’.

Hij zegt de aanwezigen de tekst van zijn toelichting toe maar wijst ook nog eens op de notities ‘Als een kleine gemeente kwetsbaar wordt’ en ‘Als ambtsdragers gaan ontbreken’.

Vervolgens wordt de praktijk van alledag, die een praktijk van samenwerking is, weergegeven door drie mensen uit de regio Workum. Hendrik Stellingwerf vertelt over het samengaan van Gaast-Ferwoude en Workum, Pim Engelenburg over het zelfstandig blijven van de kleine gemeente It Heidenskip en ds. Arnold Vriend staat model voor de predikant van de grote samengestelde gemeente die voor een heel klein percentage ook nog de dominee is van een kleine buurgemeente. Hun bijdragen worden gescheiden door de muzikale inbreng van zanger Theo van der Logt, onder meer met een lied over waarom je eigenlijk naar de kerk gaat: Love is the reason that I go.

Gaast-Ferwoude is per 1-1-2020 gefuseerd met Workum. Toch heeft de gemeente een eigen vorm behouden: Gaast-Ferwoude is een wijkgemeente geworden van de PG Workum. De afspraken tussen Workum en It Heidenskip over het delen van de predikant zijn vastgelegd in een Combinatie-akte. Pim Engelenburg vermoedt dat de gemeente in It Heidenskip pas ophoudt te bestaan ,,als het geld op is of als de laatste persoon het licht uit doet.”

Tenslotte geeft ds. Vriend weer hoe men in Workum de kerkenraad reorganiseerde. Het lukte niet meer om de kerkenraad te bemensen, altijd kwam men weer bij dezelfde lieden uit. De drastische keus om met minder ouderlingen verder te gaan zorgde echter voor een nieuw bewustzijn in Workum. Het bezoekwerk? Gestimuleerd door de oproep ,,om in Gods naam, naar elkaar om te zien’’ ontstond een heel netwerk van gemeenteleden die bezoekjes afleggen. Er zijn dus minder ambtsdragers, maar ”het ambt heeft nu in de héle gemeente een plaats gekregen.”

Vanaf half een is het ‘pauze‘ voor de lunch, maar de gesprekken lopen door, tijdens de wandeling naar Oer de Toer en tijdens het eten. Het is dan ook al wat later dan gepland als ieder terug is van de lunch en de beantwoording van de ingediende vragen kan beginnen.
  1. ‘Sommige taken, vooral die het beheer en de kerkgebouwen raken, (b)lijken te zwaar voor kerkenraadsleden. Is het niet mogelijk regionaal een professional in te schakelen die door bijvoorbeeld de classis wordt betaald?’ CCBB-voorzitter Jelle de Jong wijst er in zijn antwoord op dat Andele Hellema als adviseur aan o.a. de classis Fryslân/ het CCBB-Fryslân is verbonden. Bij vragen kan elk CvK hem benaderen: Protected email address. Uit een reactie blijkt dat dit antwoord echter niet voldoet: de vragenstellers zien liever een deskundige tot lid van het CvK (van diverse CvK’s?) gemaakt en dan betaald door een instantie buiten de kerkenraad.
  2. ‘Kunnen kerkgebouwen niet worden afgestoten, aan lokale burgerlijke gemeente verkocht en dan teruggehuurd? ‘ “Dat moet die burgerlijke gemeente dan wel willen” is de eerste reactie van ds. Beekman. Hij wijst er vervolgens op dat een overdracht aan bv. de St. Âlde Fryske Tsjerken of een dorpsstichting nu al mogelijk is maar ook een forse bruidsschat van een gemeente vraagt. Daarnaast waarschuwt hij dat een overdracht nooit lichtvaardig moet worden overwogen: gemeenteleden hebben vaak dierbare herinneringen aan het kerkgebouw, vroegtijdig en goed overleg met de gemeente is daarom van groot belang!
  3. ‘De PKN is vaak niet het enige kerkgenootschap in een dorp/stad. Welke ervaring bestaat er met samenwerking?’ Vanuit de praktijk in It Heidenskip beantwoordt Pim Engelenburg deze vraag: daar vinden met enige regelmaat oecumenische diensten plaats. Hij wijst ook op de nieuwe situatie in Workum, waar de r.k. kerk is afgestoten en de parochianen voor een mis naar Bolsward worden verwezen. Het is goed te beseffen dat we in een dorp of stad samen christen kunnen zijn!
  4. ‘Hoe betrekken we jongere generaties bij de kerk?’ Ds. Beekman vertelt dat de classis Fryslân dit onderwerp op de agenda van 2023 heeft gezet. Maar hij draait de vraag graag ook om: ‘Hoe komt de kerk bij het leven van jongere generaties?’
  5. Een vraag naar aanleiding van de presentatie van de nieuwe aanpak in de PG te Workum: ‘Hoe kom je aan die luxe van zes bezoekadressen per ouderling?’ Daar gaat dus ds. Arnold Vriend graag op in. In zijn uitleg wijst hij er nog eens op hoeveel druk er van ouderlingschouders is verdwenen door de nieuwe opzet. In plaats van bezoekdruk ervaren zij nu ruimte, de vrijheid om zelf te bepalen waar hun bezoek/attentie van waarde kan zijn. Ds. Vriend verwijst voor de opzet graag naar de website van de PG Workum: https://www.pgworkum.nl/omzien_naar_elkaar/
  6. ‘Hoe stelt Workum een coördinatieteam samen? En heeft ieder lid van dit team ook een geheimhoudingsplicht?’ In de praktijk blijkt het vaak hetzelfde gemeentelid dat een seintje doorgeeft omtrent het wel en wee van iemand/een gemeentelid in zijn of haar buurt. Maak dan van deze persoon een ‘signaleringsfiguur’ die een vast contact heeft met de ouderling. Uiteraard is dan geheimhouding van de gegeven en verkregen informatie aan de orde. Kern van de nieuwe opzet is volgens ds. Vriend: laat ieder opletten en benut wat er al is!
  7. De 10 woorden van de classispredikant ziet niet ieder als verlichtinggevend. ‘Minder kerkenraadsleden betekent een zwaardere taak per kerkenraadslid!’ Ds. Wim Beekman haalt een herinnering op aan het zondagsschoolteam in zijn vroegere gemeente Warns en vertelt hoe dat team alles zelf bedacht en regelde. Het werk was dus uitbesteed, het team werd vertrouwd, en werd op verzoek gefaciliteerd door de kerkenraad. Afgevaardigden van het huidige Warns reageren meteen op zijn verhaal: ‘’De tijden zijn wel veranderd, Wim!!” Maar het principe van een zelfstandig opererende werkgroep is daarmee natuurlijk niet onderuit gehaald. Ds. Beekman zegt de aanwezigen toe dat alle gemeenten in de classis zijn ’10 woorden’ tegelijk met het verslag van het symposium krijgen toegestuurd.
  8. ‘Hoe behoud je als kleine gemeente in de samenwerking met een grotere gemeente je eigenheid, voorkom je dat je wordt opgeslokt?’ Hendrik Stellingwerf van Gaast-Ferwoude geeft aan dat dit zeker ook een punt van zorg was in zijn gemeente, toen aansluiting bij Workum in beeld kwam. Gelukkig was het niet ‘Ze komen bij Workum’, maar vooral ‘We gaan samen verder’. Ds. Vriend vult even later aan: “Als de bank je bericht: we sluiten ons filiaal om u nog beter van dienst te kunnen zijn, dan weet je genoeg!” Zijn advies is dan ook: zorg dat je lokaal present ben én blijft, maar probeer daarnaast ook wel met elkaar verbonden te zijn.
  9. ‘Er komt bij de scriba van de kerkenraad zo verschrikkelijk veel post en mail binnen. Kan Utrecht niet wat minder stukken, vragen of zelfs oekazes sturen?’ Ds. Beekman denkt bij deze vraag meteen aan al die keren dat hij hoort klagen over de roep om cijfers aan te leveren. Daarom wijst hij ook nu op de regelgeving van de overheid die bijvoorbeeld de ANBI-status van een kerkelijke gemeente met harde cijfers en gegevens ondersteund wil zien. Al enige tijd trekt de classis Fryslân in Utrecht aan de bel en wijst erop dat een gedetailleerde boekhouding zoals de overheid (of in lijn daarmee het GCBB) wenst, geen reële eis is aan een eenvoudige organisatie van een kleine gemeente.
  10. ‘De functie van een classis is niet direct duidelijk. Kan die niet meer faciliteren en minder opdringen?’ Ook nu is het ds. Beekman die antwoordt. Een classis, en ook hijzelf in zijn rol als classispredikant, is absoluut niet sturend – hoort dat althans niet te zijn. Kom dus alstublieft met uw klacht als de classis zou gaan verordineren! In onze protestantse kerk kennen we immers geen organisatie-van-bovenaf.
  11. ‘Hoe kunnen we ontwikkelingen die gaande zijn, vóór zijn?’ Hierop gaat Pim Engelenburg, scriba van It Heidenskip, graag in: zie je iets aankomen, denk dan alvast na! Zo meldt hij dat zijn kerkenraad meer met vrijwilligers, gemeenteleden, werkt dan met bevestigde ambtsdragers. ‘Tja, dat kan, maar het mag niet!’ springt ds. Beekman erop in. Als een kerkenraad niet het kerkordelijk verplichte aantal ambtsdragers telt, kunnen besluiten aangevochten worden als niet rechtsgeldig! Gelukkig heeft hij ook een advies: bespreek het probleem! Om ontwikkelingen die gaande zijn, toch vóór te zijn, kan de classis worden ingeschakeld. De classis heeft het recht en de mogelijkheid waar nodig ambtsdragers van de ene gemeente ‘uit te lenen’ aan de niet bevoegde andere kerkenraad. Ook ds. Vriend gaat op de voorgelegde vraag in. Hoe kijk je vooruit? Door na te denken en te doen alsof er nog geen organisatie is! Dus: hoe zou de gemeente eruit zien als er geen kerkgebouw was, geen betaalde kracht aan het werk gezet kon worden?

Intussen nadert de afsluiting van het programma, waarvoor ds. Vriend heeft getekend. Ook hij wil graag laten zingen, maar beamer en scherm zijn al weggezet en opgerold… Ook zonder klinkt het evenwel voluit door de kerk: “ ‘k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God want in Zijn hand ligt heel mijn levenslot. ”
Naar alle nieuwsberichten